Basisschoolkind tips

  1. Angst bij kinderen

    Weet je nog hoe eng veel dingen leken toen je nog een kind was? Je moeder kwijtraken in een drukke winkel, in het donker wakker worden of Zwarte Piet? Dit artikel gaat over angsten bij kinderen en hoe je ermee kunt omgaan.

    Angst is je zorgen maken om wat er allemaal kan gebeuren of je direct bedreigd voelen door (mogelijk) gevaar. Kinderen die bang zijn, laten dat merken in hun gedrag. Ze kunnen gaan roepen, huilen, zich aan hun ouders vastklampen of het object van hun angst proberen te vermijden.

    Waarvoor zijn kinderen bang?

    Kinderen kunnen voor allerlei dingen bang zijn: voor de afvoer in bad, voor brand, inbrekers, oorlog of onweer. Naarmate kinderen ouder worden komt sociale angst (bang voor kritiek, mislukking, afwijzing enzovoort) vaker voor. De angsten die samenhangen met lichamelijke pijn of enge beesten nemen dan juist af.

    Angst kan soms nuttig zijn. Het zorgt ervoor dat kinderen voorzichtig zijn in de buurt van een sloot, een hond of vreemde mensen. Maar soms staat de angst niet in verhouding tot het werkelijke gevaar. Dan kan het een kind belemmeren in zijn dagelijkse functioneren. Als de angst zich heeft ontwikkeld tot een fobie, kun je het beste professionele hulp zoeken.

    Wat veroorzaakt angst?

    Angsten en fobieën kunnen te maken hebben met de aanleg van een kind. Het ene kind reageert gevoeliger op bepaalde gebeurtenissen dan het andere. Angsten kunnen ook ontstaan door de confrontatie met de angstige reacties van anderen. Een oorzaak kan ook liggen in het feit dat kinderen veel aandacht krijgen als zij angstig zijn. Dat is bedoeld om kinderen gerust te stellen maar te veel aandacht kan de angst ongewild ook versterken.

    Omgaan met angst

    Praat met je kind over zijn angsten en neem ze serieus ook al vind jij het onzin. Blijf rustig en praat over situaties waarbij je zelf bang was. Vertel hoe je daarmee omging en hoe je de angst overwon. Geef het goede voorbeeld en houd je eigen angst onder controle. Leer je kind een aantal basisvaardigheden om met een angstige situatie om te gaan. Bijvoorbeeld diep ademhalen, dan spieren ontspannen, en denken aan iets leuks. Leer een kind om zichzelf moed in te praten, bijvoorbeeld: "Het is maar een sprinkhaan, die doet niks".

    Leren omgaan met angsten kan ook betekenen dat je kinderen geleidelijk confronteert met een voorwerp of situatie die hen bang maakt. Doe dit altijd in kleine stapjes. Het kan tijd kosten om angsten te leren overwinnen. Met geduld, oefenen en veel prijzen bij elke kleine stap vooruit, zullen kinderen het vertrouwen ontwikkelen dat nodig is om volwassen te worden. Als ouders te veel bescherming bieden kan dat de angst bij kinderen aanmoedigen. Zorg dat je niet meegaat in het vermijdingsgedrag van je kind. Praat erover en steun je kind om dingen te proberen. Soms kan het goede voorbeeldgedrag van andere kinderen een kind over zijn angst heen helpen.

  2. Helpen in huis

    Ouders bepalen zelf of zij het belangrijk vinden dat hun kinderen meehelpen in huis. Maar door kinderen verantwoordelijk te maken voor een aantal taken help je hen zelfdiscipline op te bouwen en een klus voor elkaar te krijgen. Daar kunnen ze in hun latere leven veel profijt van hebben. Als alle gezinsleden hun aandeel leveren in het huishouden heeft iedereen daar plezier van. Ouders hebben meer tijd voor zichzelf en ook meer tijd om samen met de kinderen iets te doen. Even lekker kletsen of een spelletje doen bijvoorbeeld.

    Een taakrooster

    De verdeling van de werkzaamheden kan in overleg gebeuren. Geef iedereen de kans om zijn voorkeur voor bepaalde karweitjes uit te spreken. Houd rekening met dingen waar kinderen handig of onhandig in zijn. Het is belangrijk dat kinderen weten wat er van hen wordt verwacht zodat ze daar rekening mee kunnen houden. Dat is beter dan dat ze op een onverwacht moment ineens iets moeten doen. Je kunt dat doen door kinderen vaste taken te geven, maar ook door taakroosters te maken.

    Belonen

    Je kunt ervoor kiezen om in het begin je kind te belonen voor het goed uitvoeren van een taak. Bijvoorbeeld met een speciale activiteit of met extra zakgeld. Belangrijk is dat je dit soort beloningen geleidelijk weer afbouwt. Zo leert een kind dat het heel gewoon is om verantwoordelijk te zijn voor een bepaalde taak. En dat je helpt om samen het huishouden soepel te laten verlopen en niet om een beloning te krijgen of straf te vermijden.

    Prijzen

    Toon altijd je waardering als je kind helpt. Te weinig waardering leidt er soms toe dat kinderen zich onttrekken aan taken. Soms gaat het uitvoeren van een taak niet meteen goed. Deel dan de taak op in kleinere stukken, zeg iets leuks van iedere stap in de goede richting en doe zo nodig een suggestie voor verbetering, Bijvoorbeeld: Prima, je hebt je speelgoed opgeruimd. Als je nu ook nog je vieze sokken in de wasmand gooit, dan ben ik helemaal blij.

  3. Bemoei je er niet mee!

    De puberteit! Voor je het weet is het zover. Je kind gaat naar het voortgezet onderwijs en doet steeds meer ervaringen op waar jij als ouder buiten staat. Dat kan bedreigend zijn. Ze zien en horen misschien over dingen waar ze nog niet aan toe zijn, zoals over seks en drugs. Ze worden zelfbewuster, krijgen een eigen mening en eisen meer zelfstandigheid op. Dat kan leiden tot botsingen in huis en dat is logisch. Ouders van opgroeiende kinderen twijfelen vaak over wat ze wel of niet kunnen toestaan. Pubers willen liever geen bemoeienis maar zijn soms nog onvoldoende geoefend in het nemen van besluiten en het omgaan met vrijheden.

    Pubers hebben regels

    Het is niet goed als ouders hun kind te snel loslaten, maar alles voor een kind blijven regelen en beslissen is ook niet de manier om volwassen te worden. Kortom: pubers hebben regels nodig, bijvoorbeeld over bedtijd, tijd van thuiskomen en waar ze naar toe kunnen gaan. Die regels bakenen de grenzen af waarbinnen pubers hun eigen weg kunnen gaan. Om volwassen te worden moet een kind leren omgaan met verantwoordelijkheid. Dat betekent leren om zelfstandig beslissingen te nemen, situaties in te schatten en vanuit verschillende gezichtspunten te bekijken. Dit kun je als ouders bevorderen door bijvoorbeeld kinderen vanaf de bovenbouw van de basisschool steeds meer zelf te laten beslissen. Eerst over simpele dingen zoals het uitgeven van zakgeld en later over moeilijker zaken.

    Het past in de ontwikkeling dat een puber zijn eigen mening ontwikkelt. Hij moet ook leren om die op een goede manier naar voren te brengen in gesprekken met anderen. Luister met aandacht en stimuleer je puber om zijn eigen mening te formuleren. Bijvoorbeeld over gebeurtenissen op school of thuis. Laat die vervolgens ook meewegen in je beslissingen.

  4. Liegen

    Liegen is het met opzet verdraaien van de waarheid. De meeste volwassenen gebruiken wel eens "een leugentje om bestwil". Toch willen we liever niet dat onze kinderen leugens vertellen. Waarom? Omdat liegen als het veel gebeurt het vertrouwen in elkaar ondermijnt. Opgroeiende kinderen moeten leren dat ze beter de waarheid kunnen vertellen, wat zij ook gedaan hebben.

    Waarom liegt een kind?

    Kinderen kunnen liggen om verschillende redenen:

    • Omdat ze nog niet goed onderscheid kunnen maken tussen fantaseren en liegen. Dit gedrag komt vooral bij jonge kinderen nog wel eens voor.
    • Uit angst voor (onevenredig zware) straf.
    • Door het voorbeeld van anderen in de naaste omgeving die het met de waarheid niet zo nauw nemen en daar goed mee wegkomen.
    • Om aandacht en waardering te krijgen en om indruk te maken. Bijvoorbeeld als er aan een kind te hoge eisen worden gesteld of als een kind er graag bij wil horen.

    Tips:

    • Leer jonge kinderen om onderscheid te maken tussen wat echt is en fantasie. Zeg "dat heb je mooi bedacht, vertel nu maar hoe het echt is gegaan".
    • Maak bij grotere kinderen duidelijk dat liegen niet acceptabel is en leg uit waarom. Bijvoorbeeld: Jeremy, ik voel me boos en teleurgesteld wanneer je liegt. Als je doorgaat met leugens vertellen zul je merken dat straks niemand je meer vertrouwt.
    • Stimuleer je kind om eerlijk te zijn, bijvoorbeeld door altijd je waardering voor eerlijkheid te tonen en ook door zelf het goede voorbeeld te geven.
    • Als je kind iets opbiecht waarvan hij weet dat je het niet goedkeurt, prijs hem dan wel voor zijn eerlijkheid, voordat je het voorval zelf bespreekt.
  5. Stelen of kattenkwaad?

    Veel ouders kunnen zich misschien wel een moment herinneren uit hun kindertijd dat ze iets hebben gestolen. Misschien wat kleingeld dat ze zagen liggen of iets verleidelijks uit een winkel.

    Jonge kinderen weten nog niet goed wat stelen is. Oudere kinderen die stelen, doen dat vaak om indruk te maken op hun vrienden of uit nieuwsgierigheid. Dit "experimenteren" duurt meestal niet lang, zeker niet wanneer ze worden betrapt en een passende straf krijgen. Maar wanneer moet je je als ouder zorgen maken? Wanneer je kind regelmatig steelt is er sprake van een serieus probleem. Onderneem actie om het stelen te voorkomen en probeer te achterhalen waarom je kind steelt.

    Reageer meteen

    Wanneer je merkt dat er geld of spullen weg zijn of als je kind iets heeft wat hij niet kan betalen, reageer dan meteen. Vertel het kind de feiten, bijvoorbeeld: "Ik had € 10,- in mijn portemonnee en nu is het weg. Wij zijn de enigen in huis." Vraag niet om een bekentenis aangezien een kind de waarheid kan verdraaien. Negeer protesten en zorg voor een passende sanctie, zoals tijdelijk niet mogen computeren of televisiekijken. Regel terugbetaling van het gestolen geld door middel van een bijbaantje of het inhouden van zakgeld.

    Hou je kind in de gaten

    Verhoog je toezicht gedurende een bepaalde periode en beperk de gelegenheid om te stelen. Zorg ervoor dat er in huis geen geld rondslingert. Laat je kind zo weinig mogelijk alleen thuis. Let erop dat je weet waar je kind is en met wie. Probeer de tijd dat je kind zonder toezicht buiten of binnen doorbrengt zo veel mogelijk te beperken.

    Stimuleer het maken van andere vrienden

    Als je kind omgaat met kinderen die een slechte invloed hebben en je het moeilijk vindt om je kind hiervan te weerhouden, kan het helpen als je kind een sport of activiteit gaat beoefenen waar deze kinderen niet bij zijn. Zo doet hij of zij andere contacten op.

    Wanneer je kind voortdurend steelt kan dat duiden op andere problemen zoals weinig zelfvertrouwen, innerlijke woede of eenzaamheid. Het is dan belangrijk om professionele hulp te zoeken.

  6. Ruzie maken

    Alle kinderen hebben wel eens ruzie of onenigheid met elkaar. Dat is heel gewoon. Maar je kunt je kind wel leren hoe je met elkaar omgaat en hoe je zelf ruzies kunt oplossen. Grijp in als een ruzie echt uit de hand dreigt te lopen. Hieronder volgen enkele tips:

    Benoem regels voor samenspelen

    Een goede regel vertelt een kind vooral wat hij wel moet doen in plaats van wat hij niet mag doen, zoals: samen delen met andere kinderen of om de beurt gaan. Herinner je kind aan de regels die jullie hebben afgesproken voor samenspelen.

    Geef een compliment als je kind goed samenspeelt

    Bijvoorbeeld: Ik ben blij dat jullie zo leuk met zijn drieën spelen. Hierdoor moedig je kinderen aan dit vaker zo te doen.

    Help kinderen problemen op te lossen

    Leer kinderen hoe ze problemen zelf kunnen oplossen door dat stapsgewijs te benoemen en hen erbij te betrekken: Wat is het probleem? Wat wil jij, Rik en wat wil Anton? Hoe denken jullie dat we dit kunnen oplossen? Je kunt kinderen die het moeilijk vinden om te zeggen wat ze willen, helpen door dit voor te doen: Rik, zeg nu "Anton jij bent al een keer geweest, nu ben ik aan de beurt." Andere kinderen hebben misschien hulp nodig bij het om de beurt gaan: "Helaas meiden, jullie kunnen niet tegelijk op de step. Wie gaat er eerst?" Op deze manier leren kinderen om problemen op te lossen voordat het uit de hand loopt.

    Grijp in als de ruzie doorgaat

    Als je bemiddelingspogingen niet helpen, gebruik dan een consequentie die past bij de situatie. Bijvoorbeeld: beëindig het spel of pak het bewuste speelgoed af. "Jongens, blijkbaar kunnen jullie niet samen doen met de game-boy, daarom leg ik hem nu even weg."

    Geef een kans om het goed te doen

    Geef de kinderen na 5 of 10 minuten opnieuw de gelegenheid om het spel te hervatten. Geef een compliment voor goed samenspelen als het dan wel lukt.

    Zonodig opnieuw ingrijpen

    Kom opnieuw tussenbeide en herhaal de sanctie als nog steeds niet lukt om samen te spelen. Berg het speelgoed nu voor een langere tijd op.

  7. Problemen met huiswerk?

    Heeft jouw kind ook moeite met huiswerk maken? Dat probleem kan verschillende oorzaken hebben. Soms snappen kinderen gewoon de opdracht niet. Of ze maken hun huiswerk veel te snel omdat ze liever willen spelen. Het kan ook zijn dat een kind er liever helemaal niet aan begint omdat het bij voorbaat denkt dat het waarschijnlijk toch niet gaat lukken. De volgende tips kunnen helpen om de houding van je kind ten opzichte van huiswerk te verbeteren.

    Help je kind ontspannen en vraag naar huiswerk

    Kinderen willen eerst even lekker ontspannen als ze uit school komen. Geef je kind iets te eten en drinken. Laat hem vertellen hoe zijn schooldag was. Vraag ook wat voor huiswerk hij heeft en wanneer dat klaar moet zijn.

    Een vaste tijd

    Laat je kind steeds op een vaste tijd huiswerk maken. Een goed moment is nadat je kind even heeft kunnen ontspannen. Herinner je kind aan de regel: "Melanie, als je huiswerk klaar is mag je buiten spelen."

    Help je kind

    Stimuleer je kind om aan zijn huiswerk te beginnen en help hem zonodig op weg. Ga bij je kind aan tafel zitten en toon interesse, maar ga niet zijn huiswerk maken!

    Prijs en steun je kind

    Door je kind te prijzen motiveer je hem om door te gaan: "Super! Je hebt al drie opdrachten af."

    Stimuleer je kind

    Stimuleer je kind om zelf problemen op te lossen in plaats van dat jij met de oplossing komt. Als je kind vraagt hoe het woord "fiets" wordt gespeld, kun je zeggen: "Hoe denk jij dat het moet? Probeer het eerst zelf op te schrijven, dan kom ik kijken." Prijs je kind als hij het probeert. Geef nog een compliment als het woord goed is. Is het woord niet goed, zeg dan welke letters goed zijn: "Dat is bijna goed, Chris. De eerste drie letters zijn goed. Kijk eens naar het eind. Is het 'ts' of 'st'? Ja 'ts'. Goed zo!"

    Toon belangstelling

    Kinderen hebben behoefte aan belangstelling voor waar ze mee bezig zijn. Lees bijvoorbeeld het huiswerk door dat ze hebben gemaakt en zeg er iets positiefs over. Bij een leeropdracht kun je helpen door je kind te overhoren.

  8. Wat is er op televisie?

    In veel gezinnen is er tegenwoordig meer dan een televisie in huis. In sommige gezinnen staat de tv een groot deel van de dag en avond aan. In andere gezinnen wordt de televisie uitsluitend aangezet om gericht te kijken naar een favoriet programma. Zoveel gezinnen, zoveel verschillende gewoontes en meningen over kinderen en televisie kijken.

    Televisie: goed of slecht?

    Hoe goed of slecht is televisie voor opgroeiende kinderen? Onderzoekers blijven het met elkaar oneens over wat de werkelijke invloed is van televisie op de ontwikkeling van kinderen. Duidelijk is wel dat televisie goed, maar ook schadelijk kan zijn voor kinderen. Zo kunnen kinderen door televisie veel leren over de wereld om hen heen. Ze zien andere mensen, andere landen, dieren en gebeurtenissen waar ze anders niet mee in aanraking zouden komen. Televisie kan hun fantasie stimuleren en helpen te ontspannen na bijvoorbeeld een drukke dag op school. Maar lang niet alle televisieprogramma's zijn van goede kwaliteit of geschikt voor kinderen. Van sommige programma’s kunnen kinderen in verwarring raken of zelfs angstig worden.

    Vervul een sturende rol

    Hoe goed een programma ook is, televisie kijken blijft toch altijd een passieve bezigheid die ten koste gaat van andere dingen. Kinderen die veel tv kijken, missen kansen om andere leuke of belangrijke dingen te doen, zoals huiswerk maken, lekker (buiten) spelen, een boek lezen of met andere kinderen op te trekken. Als ouder kun je een sturende rol vervullen in het televisie kijken van je kind. Bijvoorbeeld door te bepalen wanneer je kinderen mogen kijken en wat ze wel of niet mogen zien. Blijf in de buurt zodat je kunt ingrijpen als je kinderen iets zien wat niet geschikt voor ze is. Houd eens een weekje bij hoeveel tijd je kind nu precies besteedt aan televisiekijken. Een goede richtlijn voor kinderen tot 12 jaar kan zijn: 1,5 uur per dag en in het weekend wat meer.

    Maak samen regels

    Als je nieuwe regels voor televisiekijken wilt instellen, doe dat dan in samenspraak met de kinderen. Pak bijvoorbeeld de tv-gids erbij en overleg over wat ze in ieder geval willen zien. De regel kan dan zijn: we bekijken alleen de uitgekozen programma's. Een goede regel is ook: de televisie blijft uit als er andere dingen te doen zijn zoals bijvoorbeeld huiswerk maken.

    Tip:

    Voor ouders van jonge kinderen kan het soms wennen zijn om het aantal uren tv kijken terug te brengen vanwege het eigen kijkgedrag. Probeer dan vooral te kijken als de kinderen in bed liggen. Gezinnen die bewust minder tv zijn gaan kijken, melden dat er meer met elkaar wordt gepraat, spelletjes worden gespeeld en dat oude hobby’s weer worden opgepakt...

  9. Problemen op school

    De meeste kinderen zijn weer met plezier naar school gegaan. Toch is er ook een groep kinderen die school niet leuk vindt en de boel op stelten zet. Zij luisteren niet naar hun leerkracht, leiden anderen af van hun werk en maken snel ruzie met klasgenoten.

    Wat zijn oorzaken van problemen op school?

    • Kinderen kennen of begrijpen de schoolregels niet goed.
    • Soms worden kinderen "beloond" voor ongewenst of lastig gedrag, ze krijgen meer aandacht van de juf, klasgenoten lachen of ze komen onder hun schoolwerk uit. Dit houdt het gedrag in stand.
    • Ongewenst gedrag kan ook een signaal zijn dat het kind problemen heeft met het schoolwerk. Voor een kind met weinig zelfvertrouwen of dat moeite heeft met de leerstof kan storend gedrag een excuus zijn. Voor andere kinderen is het schoolwerk misschien te makkelijk en vloeit het gedrag voort uit verveling.

    Wat kun je er aan doen?

    • Praat met je kind, vraag wat er wel en niet goed gaat op school.
    • Bespreek het probleem met de leerkracht, maak hiervoor een aparte afspraak. Luister naar het verhaal van de leerkracht en vertel hoe je kind zich thuis gedraagt zodat de leerkracht hem beter begrijpt.
    • Maak samen met je kind een plan van aanpak voor één week en voer dat uit. Gebruik hierbij suggesties van de leerkracht. Zo kun je bijvoorbeeld afspreken met je kind dat je toezicht zult houden op het huiswerk maken.

    Instructies geven

    Als je kind zich lastig blijft gedragen, kun je werken met een puntensysteem. In de klas verdient hij punten, een minimum aantal per dag. Wanneer hij een bepaald aantal punten extra heeft verdiend krijgt hij een beloning zoals zijn favoriete toetje of samen een uitstapje maken. Als het minimum niet is gehaald heeft dit een consequentie, bijvoorbeeld even niet computeren. In overleg met je kind en de leerkracht stel je vast wat de beloningen en straffen zijn. Neem nooit punten af die al zijn verdiend.

  10. Voor het eerst naar school

    Sommige kinderen kunnen niet wachten om naar school te gaan en kijken enthousiast uit naar hun eerste schooldag. Andere kinderen zijn bang en zien op tegen deze grote verandering. Als kinderen goed voorbereid zijn is het makkelijker om de overgang naar school te maken. Hieronder staan een paar tips waarmee je je kind op de eerste schooldag kunt voorbereiden.

    1. Praat samen met je kind over de eerste schooldag.
      Beantwoord vragen en praat over school. Je kunt in de plaatselijke boekhandel of de bibliotheek kijken of er boeken over de eerste schooldag zijn. Je kunt deze boeken voorlezen om je kind voor te bereiden op wat komen gaat. Probeer wel te voorkomen dat je kind in een korte tijd wordt overladen met informatie.
    2. Vertel je kind wanneer de school gaat beginnen en zorg ervoor dat hij bekend is met de omgeving.
      Misschien heb je met je kind al een bezoekje aan de school gebracht? Zo niet, dan is het een goed idee om dit te doen voor zijn eerste schooldag. Als dit niet meer lukt is het fijn als je in ieder geval op de eerste dag samen kijkt waar de toiletten zijn, de speelplaats is en waar de kinderen tussen de middag eten.
    3. Koop samen met je kind de schoolspullen.
      Zoals pennen en schriften, een schooltas of rugzakje, lunchtrommeltje, melkbeker en kleding.
    4. Laat je kind weten dat je er de eerste dag bij zult zijn.
      Van de meeste scholen mogen de ouders van nieuwe kinderen de eerste dag bij hun kind blijven tot hij zich wat op zijn gemak voelt. Dit is geruststellend voor een kind dat misschien wat bang is. Als je zegt dat je blijft, zorg dan dat je ook echt blijft.
    5. Blijf de eerste dag zolang bij je kind als nodig is.
      Probeer zo onopvallend mogelijk aanwezig te zijn. Moedig je kind voorzichtig aan mee te doen met de activiteiten in de klas in plaats van zich aan je vast te klampen. Kinderen die in de peuteropvang last hadden van scheidingsangst kunnen dergelijke problemen nu weer hebben. Als je kind overstuur raakt op het moment dat je weggaat, maar als je eenmaal weg bent snel acclimatiseert, zeg dan op een bepaald moment duidelijk dat je gaat, neem afscheid en ga dan weg.

    Even wennen

    Misschien duurt het een paar dagen voordat je kind gewend is aan de nieuwe situatie. De meeste kinderen passen zich snel aan en wennen aan de opwinding en uitdaging van het naar school gaan.

    Schoolangst

    Soms kunnen kinderen een uitgesproken angst ontwikkelen voor school (schoolangst). Meestal zijn die kinderen niet perse bang voor school (in een enkel geval wel), maar zijn zij bang om van hun ouders gescheiden te worden. Als het heel moeilijk is om je kind naar school te krijgen, als hij klaagt over pijntjes, ’s ochtends bij het naar school gaan schreeuwt of op andere wijze protesteert, vraag dan professioneel advies over hoe je het beste met de situatie kunt omgaan. In het algemeen is het zeer belangrijk dat een kind zo weinig mogelijk school mist. Praat erover met de leerkracht van je kind of de huisarts die je kan vertellen waar professionele hulp verkregen kan worden.

    Minder chaos

    Moeilijkheden met naar school gaan kunnen ook ontstaan als ouders ‘s ochtends alles zelf doen, laat opstaan of niet goed georganiseerd zijn. In sommige huishoudens verlopen de ochtenden chaotisch en onplezierig met ouders die geïrriteerd raken in hun pogingen iedereen bijtijds de deur uit te krijgen. Hier volgen enkele ideeën om het ochtendritueel wat plezieriger en minder stressvol te maken:

    1. Zorg dat je kind op een redelijke tijd naar bed gaat.
      Dit is belangrijk omdat kinderen die slaap tekortkomen moeilijk wakker worden en ’s ochtends vaak humeurig en prikkelbaar zijn.
    2. Zorg dat alles van tevoren goed georganiseerd is.
      Zorg dat alles wat jij en je kind nodig hebben de avond ervoor klaarligt. Zorg dat schoolkleren makkelijk te vinden en aan te trekken zijn en sta zelf ruim op tijd op.
    3. Laat je kind meehelpen.
      Op de leeftijd van 4 jaar kun je van je kind verwachten dat hij steeds meer dingen zelfstandig en uit zichzelf doet, zoals opstaan, aankleden, ontbijten, tandenpoetsen, schooltas inpakken en op tijd klaar staan om te vertrekken. Sommige kinderen hebben wat extra ondersteuning nodig om dingen zelf te kunnen doen. Hierbij kan een schema helpen.
    4. Maak een schema van wat er ’s ochtends vroeg gedaan moet worden.
      Dit schema is een eenvoudig overzicht waarmee je kind leert wat hij ’s ochtends moet doen en in welke volgorde. Je kunt bijvoorbeeld voor iedere stap een foto, tekening of woord op een stukje klittenband bevestigen. Het klittenband kan aan de muur gehecht worden op een praktische plek, bijvoorbeeld in de keuken, slaapkamer of badkamer. Als je kind de stap op het klittenband heeft uitgevoerd kan deze worden verwijderd en in een bakje worden gelegd dat je onder de overzichtskaart zet.
      Tips voor het gebruik van het schema:
    • Beperk de herinneringen tot een minimum. De eerste paar dagen kun je je kind aan dingen herinneren, maar kinderen zullen niet leren dingen zelfstandig te doen als zij erop rekenen dat je hen helpt.
    • Als je kind iedere stap kan doen met slechts een enkele aanwijzing, haal dan geleidelijk de geheugensteuntjes weg.
    • Vergeet niet aandacht te besteden aan je kind en hem te prijzen als hij een stap uit het schema zelf uitvoert zonder er eerst aan herinnerd te worden.
    • Vermijd boos worden of irritatie en probeer vriendelijk te blijven. Als je boos of geïrriteerd raakt is het voor kinderen moeilijker om te leren wat er van hen verwacht wordt.
    • Geef een beloning. Geef je kind een kleine beloning als hij alle stappen uitvoert zonder eraan herinnerd te worden, bijvoorbeeld een traktatie bij de lunch of een speciaal spel of activiteit na school.
    • Als je kind goed in het ritme zit om op tijd de deur uit te gaan kun je geleidelijk met het schema ophouden.
Powered by Triple P Communications