Algemene tips

  1. Positief Opvoeden

    Kinderen worden niet met een gebruiksaanwijzing geboren. Dat maakt dat opvoeden soms een hele klus kan zijn. Het is dus logisch dat ouders op zoek gaan naar bruikbare informatie of advies bij de problemen die ze tegenkomen zoals slecht (in)slapen, pesten of geen huiswerk maken. Misschien heb je behoefte aan een cursus over opvoeden of wil je beter leren omgaan met een bepaald probleemgedrag van je kind. Het kan ook zijn dat je geen specifiek probleem hebt maar gewoon meer wilt weten over wat je van kinderen op een bepaalde leeftijd kan verwachten.

    Informatie, folders, adviesgesprekken, oudercursus

    Wat je ook nodig hebt, een simpele tip of persoonlijke coaching bij het uitstippelen van een andere opvoedingsaanpak, het Triple P programma heeft de informatie, de folder, de dvd, de cursus of de deskundige om je als ouder of verzorger verder te helpen. Aangezien Positief Opvoeden één van de weinige methodieken is waarvan bewezen is dat het echt werkt, is de kans groot dat ook jij er baat bij kunt hebben in de opvoeding van je kind. Er zijn vaak maar kleine veranderingen nodig om de opvoeding van kinderen een stuk gemakkelijker en plezieriger te maken!

  2. Top 10 tips bij Positief Opvoeden

    Tip 1

    Als je kind jou iets wil laten zien, stop dan waarmee je bezig bent en geef aandacht aan je kind. Het is belangrijk om vaak korte periodes in elkaars gezelschap te zijn en samen dingen te doen die jij en je kind allebei leuk vinden.

    Tip 2

    Geef je kind vaak blijk van je affectie door lichamelijk contact. Meestal vinden kinderen het fijn om geknuffeld te worden of je hand vast te houden.

    Tip 3

    Praat met je kind over dingen waar het geďnteresseerd in is en vertel je kind ook wat je zelf die dag hebt meegemaakt.

    Tip 4

    Prijs je kind gericht als het iets doet, dat voor jou voor herhaling vatbaar is, bijvoorbeeld: "Wat goed dat je meteen doet wat ik vraag".

    Tip 5

    Het ligt voor de hand, dat kinderen vervelend zijn als ze zich vervelen. Zorg voor genoeg materiaal en activiteiten voor binnen en voor buiten, bijvoorbeeld brooddeeg, kleurpotloden en kleurboeken, kartonnen dozen, verkleedpartijen, een speelhut of speeltent.

    Tip 6

    Leer je kind nieuwe vaardigheden door die eerst voor te doen en geef je kind dan de kans om het zelf te doen. Spreek bijvoorbeeld thuis op een beleefde manier met elkaar en stimuleer je kind ook om netjes te praten, bijvoorbeeld door "alsjeblieft" of "dankjewel" te zeggen en geef je kind een complimentje als het zijn best doet om dat ook te doen.

    Tip 7

    Maak duidelijk, dat er grenzen zijn aan wat je van je kind accepteert. Neem de tijd om met het hele gezin te praten over de regels die in huis gelden en maak je kind ook duidelijk wat de consequentie is als regels overtreden worden.

    Tip 8

    Als kinderen ongehoorzaam of stout zijn, blijf dan rustig en geef de duidelijke instructie, dat het afgelopen moet zijn en vertel ook wat je wel wilt, bijvoorbeeld: "Hou op met ruziemaken en ga samen spelen". Geef een complimentje als ze dat ook doen. Als ze doorgaan, geef dan de consequentie, die daaraan vast zit, die natuurlijk wel in verhouding moet zijn.

    Tip 9

    Wees realistisch in de verwachtingen die je hebt. Alle kinderen zijn van tijd tot tijd ongehoorzaam of stout en het zal zeker voorkomen, dat discipline problemen geeft. De perfecte ouder proberen te zijn leidt alleen maar tot frustraties en teleurstellingen.

    Tip 10

    Zorg ook goed voor jezelf. Het is moeilijk om een rustige en ontspannen ouder te zijn, als je gespannen bent, als je je zorgen maakt, als je depressief bent. Probeer elke week genoeg tijd vrij te maken om je te ontspannen of dingen te doen die je leuk vindt.

  3. Stress bij de opvoeding

    Het ouderschap en de opvoeding van kinderen kosten veel energie. Het is dus niet zo gek als je af en toe gestresst of vermoeid bent. Maar veel en vaak last hebben van stress is niet goed. Je reageert dan minder rustig en consequent op het gedrag van het kind. Het zou fijn zijn als je meer energie overhoudt om gezellig met je kind om te gaan. De volgende tips kunnen helpen:

    Pas je leefpatroon aan

    Stress kan een gevolg zijn van te veel willen doen. Probeer huishoudelijke taken en zorgtaken meer te delen met anderen. Zoek steun bij familie en vrienden. Probeer elke dag even wat leuks te doen voor jezelf.

    Leer jezelf te ontspannen

    Spanning in je spieren is vaak een teken van stress. Ontspanningsoefeningen kunnen helpen om de spanning in je lichaam te verminderen en voorkomen dat stress erger wordt. Bijvoorbeeld diep ademhalen door je neus, even wachten en langzaam uitademen door mond of neus. Zeg zachtjes "ontspannen maar " als je uitademt.

    Opbeurende uitspraken

    Maak gebruik van peptalk of opbeurende uitspraken. Je kunt die vooraf, tijdens en na een stressvolle situatie tegen jezelf zeggen, zoals "Ik kan dit best aan " of "Kalm blijven". Probeer echt te geloven wat je tegen jezelf zegt.

    Wees alert op negatieve gedachten

    Wees alert op gedachten die je meer stress bezorgen, zoals "Dit lukt me nooit". Probeer op een positieve en realistische manier tegen de situatie aan te kijken. "Het is de hele dag goed gegaan. De kinderen in bad doen en eten koken in zo´n korte tijd was te veel van het goede. Morgen doe ik de kinderen vroeger in bad".

    Plan van aanpak

    Denk aan een stressvolle gebeurtenis. Bedenk hoe je je op die situatie kunt voorbereiden en welke gedachten daarbij kunnen helpen. Maak gebruik van opbeurende gedachten en van ontspanningsoefeningen. Die kunnen je helpen om op een positieve manier met je kinderen om te gaan. Accepteer dat er altijd dingen zijn waarover je geen controle hebt. Sta jezelf ook toe om fouten te maken want niemand is perfect.

  4. Verwennen

    Veel ouders genieten van de stralende glimlach en enthousiaste uitroepen van hun kinderen als die de geschenken uitpakken met verjaardagen, tijdens Sinterklaasavond of met de Kerstdagen.

    Ouders geven hun kinderen cadeautjes uit liefde en willen graag hun wensen vervullen. Maar veel ouders kunnen zich niet veroorloven om het allerlaatste en nieuwste speelgoed te kopen. Bedenk op zo'n moment dat ouders hun kinderen elke dag "cadeautjes van liefde" kunnen geven die de band tussen ouder en kind versterken. Die zijn belangrijker dan al het speelgoed bij elkaar.

    Hoe zien die bijzondere "cadeautjes" eruit?

    Het ontwikkelen van een hechte band tussen ouders en kinderen begint met alledaagse dingen. Regelmatig even tijd vrijmaken voor je kind, al is het maar een paar minuten, kan veel betekenen. Deze zogenoemde quality time zit eerder in de kleine momenten van alledag dan in speciaal geplande activiteiten. Wanneer je kind naar je toekomt om iets te vertellen, te vragen of jou iets te laten zien, stop dan je bezigheden en besteed even tijd aan je kind. Een kort moment van aandacht is vaak genoeg voor een kind om weer verder te kunnen met waar hij mee bezig was. Deze momenten van betrokkenheid bij je kind, hoe kort ook, zijn van grote waarde. Je laat daarmee zien dat je geďnteresseerd bent in waar je kind mee bezig is of wat hij te vertellen heeft. Dat is goed voor het zelfvertrouwen van je kind.

    Korte momenten van echte aandacht, bieden je kind ook de kans om van alles te leren. Wanneer je de tijd neemt om met je kind te praten, helpt dat hem om gesprekken te leren voeren en zich in woorden uit te drukken. Je kunt kinderen ook leren luisteren door te vertellen wat je hebt meegemaakt en je ervaringen met je kind te delen. Bedenk: door aandacht te geven aan leuk en plezierig gedrag van je kind voorkom je dat kinderen op een vervelende manier om aandacht gaan vragen.

    Natuurlijk heeft speelgoed geven ook goede kanten. Vooral als het kinderen stimuleert om lekker bezig te zijn. Maar dit hoeven echt niet altijd de duurste cadeaus te zijn!

  5. Discipline en zelfbeheersing

    Veel ouders hebben moeite met het woord 'discipline'. Het doet ze denken aan vroeger, toen opvoeders streng en autoritair waren en kinderen niets hadden in te brengen. En sommigen doet het misschien denken aan ouders die te toegeeflijk zijn en geen nee durven zeggen uit angst de woede van hun kind op te wekken.

    Veel ouders zijn vandaag de dag onzeker over hoe je lastig gedrag van kinderen moet corrigeren. Ze beseffen dat een tik geven niet de beste aanpak is vooral als dat gebeurt uit woede. Slaan is bovendien een voorbeeld van agressief gedrag dat je liever niet voordoet aan je kind. Maar het alternatief, zoals een kind even apart zetten, helpt soms ook niet. En als je alles al hebt geprobeerd – van rustig praten en uitleggen, tot boos schreeuwen en soms een flinke tik - wat moet je dan doen? Zit je er dan te veel bovenop of corrigeer je juist niet genoeg? Het antwoord is: geen van beide.

    Waarom discipline?

    Discipline is bedoeld om kinderen zelfbeheersing bij te brengen. Het leert ze ook dat er consequenties vastzitten aan bepaalde acties. Bijvoorbeeld als ze regels overtreden, niet willen meewerken als je vraagt om iets te doen of doorgaan met vervelend of agressief gedrag. Kinderen discipline bijbrengen werkt alleen als ouders tegelijkertijd een warme en liefdevolle band met hun kind opbouwen. Dat doen ze door tijd, aandacht en genegenheid aan hun kind te geven. Praat veel met je kind, toon belangstelling voor de dingen op school en ga eens kijken als je kind moet voetballen.

    Volwassenen en kinderen die over zelfbeheersing beschikken, zijn in het voordeel. Het helpt bij het maken en realiseren van toekomstplannen. Het lukt vaak beter om dingen vol te houden waar je niet direct voor wordt beloond. Daarom is het belangrijk dat kinderen leren regels en grenzen te accepteren en teleurstellingen te verwerken als ze niet krijgen wat ze willen.

    Hoe pak je het aan?

    Regels werken het beste als ze eerlijk zijn en – als kinderen ouder worden – in overleg worden vastgesteld. Zo kun je bijvoorbeeld niet onderhandelen over de bedtijd met een kind van drie, maar wel met een elfjarige.

    Als je wilt dat je kind iets doet, is het belangrijk om een duidelijke instructie te geven: "Jeroen het is etenstijd, kom nu aan tafel alsjeblieft." Als je wilt dat je kind ergens mee ophoudt, vergeet dan niet om een alternatief te geven en zeg wat hij wél moet doen: "Stephanie, stop met je zusje slaan, houd je handen bij je."

    Een valkuil in de opvoeding is dat ouders wel mopperen op ongewenst gedrag maar goed gedrag van hun kind niet opmerken en waarderen. Door ook aandacht te geven aan momenten dat kinderen zich goed gedragen, zorg je dat ze vaker dit goede gedrag vertonen.

  6. Instructies geven aan kinderen

    De instructies die we aan kinderen geven kunnen gebruikt worden om een kind iets te laten doen (bijvoorbeeld speelgoed opruimen) of om gedrag van je kind te stoppen (bijvoorbeeld een ander kind slaan). Wanneer kinderen vaak niet doen wat hun gezegd wordt, kan dit komen door de manier waarop we instructies geven.

    Te veel

    Hoe meer instructies we geven, des te groter de kans dat een kind weigert. Een overdosis instructies roept weerstand op.

    Te weinig uitleg

    Kinderen lijken soms ongehoorzaam, omdat niemand ze rustig uitgelegd heeft wat er precies van ze wordt verwacht.

    Te moeilijk

    Soms zijn de eisen die we aan een kind stellen te hoog. Verwacht niet van een peuter dat hij zelf de rommel in zijn kamer opruimt.

    Te vaag

    Als ouders alleen “STOPPEN” of “HOU OP” roepen, bijvoorbeeld als hun kind op de bank springt, helpt dat niet. Zeker niet als je kind ook nog zijn broertje eraf duwt en veel lawaai maakt. Het kind weet dan niet welk gedrag je afkeurt: het springen, de herrie of het duwen.

    Vragen of je kind iets gaat doen

    Instructies die als een vraag gesteld worden, kunnen ook problemen geven, zoals: "Wil je nu naar bed gaan?" Bij zo'n vraag kan je kind gewoon "Nee" zeggen.

    Verkeerde timing

    Als je een instructie geeft terwijl je kind lekker speelt of geboeid televisie kijkt, vergroot dat de kans dat je kind niet luistert.

    Van een afstand roepen

    Instructies die vanuit een andere ruimte worden geroepen, worden vaak niet opgevolgd. Dat het jou ernst is, dringt dan minder goed door bij kinderen.

    Emotionele lading

    Soms kan een instructie het kind als persoon afwijzen in plaats van het ongewenste gedrag te corrigeren. Bijvoorbeeld als je zegt “wat ben je weer een klier” in plaats van "stop met je zusje te slaan". Kinderen zijn erg gevoelig voor persoonlijke afwijzingen en kunnen dan juist lastiger worden.

    Instructies geven

    • Voordat je een instructie geeft, is het belangrijk om te bedenken wat je precies wilt van je kind.
    • Bepaal ook of je kind een keuze heeft om ´nee´ te zeggen of dat hij daadwerkelijk móet doen wat je zegt.
    • Geef een instructie op de volgende manier: ga naar je kind toe, zorg dat je zijn of haar aandacht hebt en leg duidelijk en rustig uit wat je wilt dat er gebeurt.
    • Bedenk zo nodig alvast wat de consequentie is als je kind niet luistert.
    • Geef je kind even de tijd om mee te werken en prijs hem als hij de instructie opvolgt: "Lisa, bedankt dat je doet wat ik zeg!".
    • Als je kind de instructie niet opvolgt, pas dan een logische consequentie toe die past bij de situatie.
    • Pak bijvoorbeeld het speelgoed af waar je kind op dat moment mee speelt of zet de computer even uit.
    • Wanneer kinderen slecht blijven luisteren, vraag dan om aanvullende informatie of advies.
  7. Het leren is begonnen!

    Alle kinderen gaan naar school. Toch leren kinderen het meeste in het gezin. Zoals aankleden, kleuren herkennen, op je beurt wachten, op een prettige toon praten in plaats van schreeuwen en zelf problemen oplossen. Nieuwe vaardigheden en nieuw gedrag leren kinderen het beste als daar (ook) thuis aandacht voor is. Hieronder volgen enkele ideeën om dat goed te doen:

    Oefen nieuwe vaardigheden door dingen voor te doen

    Kinderen leren veel door te zien hoe anderen het doen. Laat je kind kijken naar wat je doet. Benoem wat je doet en laat je kind het nadoen. Help als het nodig is en moedig je kind aan om het nog eens zonder hulp te proberen. Prijs je kind als dat lukt.

    Geef zelf het goede voorbeeld

    Geef zelf het goede voorbeeld zodat je kind ziet hoe hij zich moet gedragen. Je kunt bijvoorbeeld niet van je kind verwachten dat hij een regel als je eigen rommel opruimen naleeft als jij zelf je spullen in huis laat slingeren.

    Maak gebruik van spontane leermomenten

    Wanneer een kind naar je toe komt voor informatie, hulp of aandacht is hij meestal gemotiveerd om iets te leren. Grijp zulke gelegenheden aan om je kind nieuwe dingen te leren. Je kind een pasklaar antwoord geven, stimuleert hem niet om er ook zelf over na te denken. Moedig je kind aan zelf het antwoord te vinden en kijk vervolgens of je hem kunt helpen om meer te leren – welke kleur denk je dat dit is? Ja, rood. Wat is nog meer rood? Zorg wel dat het leuk blijft, dus dring niet te veel aan. Als je kind niet reageert, geef dan gewoon het antwoord en wacht een volgend leermoment af.

    Maak gebruik van vragen, vertellen, voordoen

    Bij vaardigheden die wat ingewikkelder zijn, kun je het beste stapsgewijs aan je kind leren wat hij precies moet doen. Dat gaat op de volgende manier:

    • Vragen: Vraag je kind wat de eerste stap is. "Wat doen we eerst bij tandenpoetsen?"
    • Vertellen: Als je kind het antwoord niet weet, vertel hem dan rustig wat hij moet doen.
    • "Eerst doen we tandpasta op de tandenborstel. Laat me eens zien hoe jij de tandpasta op je tandenborstel doet."
    • Voordoen: Als je kind het nog niet zelf kan, help hem dan. Maak bijvoorbeeld de tube open, pak de handen van je kind en stuur zo zijn handelingen. Stop met helpen zodra je kind begonnen is.

    Prijs medewerking en succes

    Prijs je kind wanneer hij meewerkt en ook bij elk succesje dat hij boekt. Benoemen wat je kind zegt of doet, is een goede manier om hem aan te moedigen: "Goed gedaan, meisje. Zo moet je tandenpoetsen."

    Herhaal Vragen, Vertellen, Voordoen bij elke stap zoals tandpasta op de borstel doen, tandenpoetsen, mond spoelen enzovoort.

  8. Zijn jongens moeilijker om op te voeden?

    De discussie over de verschillen tussen jongens en meisjes blijft altijd een boeiend onderwerp. Maar wat zijn nu de feiten?

    Biologie en opvoeding

    Sommige verschillen tussen mannen en vrouwen zijn biologisch bepaald. Maar daarnaast speelt ook de opvoeding een rol. Vanaf de geboorte behandelen ouders en andere volwassenen jongens en meisjes vaak op een verschillende manier. Met jongens wordt bijvoorbeeld wat wilder gespeeld en gestoeid dan met meisjes. Ook zijn er verschillen in de manier waarop kinderen zich ontwikkelen. Zo begint bij meisjes de taalontwikkeling en de ontwikkeling van de fijne motoriek eerder dan bij jongens. Hierdoor zijn ze op jongere leeftijd al communicatief vaardiger. Bij jongens ontwikkelt juist de grove motoriek zich eerder. Ze schoppen tegen een voetbal en rennen er achteraan. Het hormoon testosteron draagt ertoe bij dat jongens over het algemeen vaker druk, luidruchtig en agressief gedrag vertonen dan meisjes.

    Ontwikkeling

    Dit verschil betekent nog niet dat het moeilijker is om jongens op te voeden. Wel is het voor ouders van jongens extra belangrijk om hun zonen communicatieve vaardigheden en geduld aan te leren (bijvoorbeeld om huiswerk te maken). Belangrijk is ook dat jongens leren om gevoelens van boosheid, verdriet en angst op een goede manier te uiten. Dit soort vaardigheden komen niet altijd vanzelf tot ontwikkeling.

    Omgaan met verschillen

    Soms maken ouders hun zoon onzeker over wat 'bij jongens hoort'. Bijvoorbeeld door hem te verbieden om een bepaalde sport of activiteit te beoefenen. Voor jongens is het belangrijk dat ze zich kunnen optrekken aan 'goede' voorbeelden: vaders en andere rolmodellen die mannelijk zijn maar ook gevoelens durven uiten én huishoudelijke taken op zich nemen.

  9. Drie storende gedachten over opvoeden

    Opvoeden is geen gemakkelijke klus. Dat weten we allemaal. De meeste ouders beginnen eraan zonder veel training of voorbereiding. En omdat we kinderen krijgen zonder dat er een gebruiksaanwijzing bij zit, leren we het opvoeden met vallen en opstaan.

    Wel heeft iedere volwassene zo zijn ideeën over het opvoeden van kinderen. Die ideeën worden sterk beďnvloed door ervaringen met de eigen ouders, de partner, alledaagse ervaringen met kinderen en door de media. Er zijn echter drie hardnekkige misvattingen over opvoeden die het ouderschap moeilijker maken.

    Het is maar een fase

    De misvatting dat een driftbui van een tweejarige nu eenmaal bij de leeftijd hoort, kan ouders ervan weerhouden om moeilijk gedrag meteen aan te pakken. Inderdaad, veel tweejarigen krijgen driftbuien, maar echt niet allemaal. Ouders wachten soms te lang tot het vanzelf overgaat. Pas als een probleem ernstiger of langduriger is geworden, gaan ouders advies vragen. Het leven zou voor ouder en kind veel makkelijker zijn geweest als zij het probleem eerder hadden aangepakt.

    Het is allemaal mijn schuld

    Sommige ouders denken dat zij de oorzaak zijn van al het moeilijke gedrag van hun kind. Daar kun je behoorlijk onzeker en somber van worden. De waarheid is dat sommige kinderen moeilijker op te voeden zijn dan andere. Kinderen die eten weigeren, erg veel huilen als baby en veel problemen geven met slapen, zijn voor elke ouder moeilijk om mee om te gaan. En ook als kinderen ouder worden, hebben we niet alles meer in eigen hand. We weten niet meer precies wat er buitenshuis gebeurt en ook vriendjes kiest een kind zelf. Jezelf de schuld geven lost niets op en staat de oplossing van problemen in de weg.

    Hij doet het met opzet, om mij dwars te zitten

    Er zijn weinig kinderen met gedragsproblemen die kunnen uitleggen waarom ze zo lastig zijn. De problemen die een kind geeft, komen meestal door een samenspel van factoren en worden ook beïnvloed door alledaagse interacties binnen het gezin. Kinderen die lastig zijn doen dat niet met opzet en hebben geen fout karakter. Als je het kind steeds de schuld geeft van lastig gedrag, kan je dat belemmeren om mogelijkheden voor verbetering te zien in je eigen opvoedingsaanpak.

  10. Gezellig samen eten?

    Zes uur etenstijd, gezellig! Maar is samen eten wel altijd zo leuk? Bij sommige gezinnen is samen eten elke keer een grote ergernis of strijd.

    Als je 's avonds samen eet kun je met elkaar de dag bepreken. Je hoort dan waar je partner en je kinderen mee bezig zijn geweest. Zelf kun je ook vertellen wat jij die dag hebt meegemaakt. Dit versterkt de onderlinge band in het gezin en daarnaast leren kinderen goede (eet-)gewoontes. Elkaar laten uitspreken, netjes eten en niet met volle mond praten zijn vaardigheden die ook in andere situaties, zoals op bezoek of uit eten gaan, goed van pas komen.

    Wees realistisch

    Wees realistisch in wat je van je kind verwacht. Peuters eten nooit zonder te knoeien en oudere kinderen zeuren ook wel eens wanneer ze iets niet lekker vinden. Jonge kinderen zijn snel afgeleid en kunnen moeilijk lange tijd stilzitten. Zorg er daarom voor dat de maaltijd niet langer dan 20 à 30 minuten duurt. Geef je kind een complimentje wanneer het eten goed gaat: Goed zo, je hebt al drie lepels van je groente gegeten!

    Net als volwassenen hebben kinderen hun voorkeur. Het is niet per se nodig dat kinderen bijvoorbeeld spruitjes eten terwijl broccoli net zo gezond voor ze is. Belangrijker is dat kinderen voldoende gevarieerd voedsel binnenkrijgen met alle noodzakelijke vitaminen en mineralen.

    Vaste tijden

    Het is handig om op een vaste tijd te eten zodat kinderen weten wanneer ze moeten stoppen met spelen en aan tafel moeten komen. Ook is het verstandig vanaf een uur voor de maaltijd niet meer te snoepen of bekers sap of melk te drinken.

    Soms ontstaan problemen aan tafel omdat kinderen door eten te weigeren veel aandacht krijgen. Ouders gaan voeren, dwingen of onderhandelen over de hoeveelheid eten die opgegeten moet worden. Geef een kind duidelijke regels. Bijvoorbeeld: minstens de helft van het bord leeg eten en van alles wat proeven. Benoem de consequentie wanneer er niet geluisterd wordt (geen toetje) en geef je kind complimentjes wanneer hij rustig zit en eet.

  11. Samenwerken als een team

    Maak geen ruzie in het bijzijn van de kinderen! Een verstandig advies, maar niet altijd even gemakkelijk in praktijk te brengen.

    Kinderen gedijen het best in een stabiele thuissituatie waar weinig ruzies zijn, waar ouders op een positieve manier met elkaar communiceren en conflicten oplossen zonder woede of geweld. Ruzie in het gezin kan invloed hebben op de ontwikkeling van een kind. Daarom is het belangrijk dat ouders goed met elkaar communiceren en samenwerken als een team. Hieronder volgen enkele tips:

    Maak geen ruzie waar je kind bij is

    Meningsverschillen tussen ouders over de opvoeding komen regelmatig voor. Wanneer je het niet eens bent met de manier waarop je partner een opvoedingssituatie aanpakt, kun je dat beter op een later tijdstip bespreken. Kies een geschikt moment zonder kinderen erbij. Vertel op een rustige manier hoe je erover denkt. Stel je ook open voor de mening van je partner.

    Steun elkaar

    Wanneer je partner een goede manier heeft gevonden om met een bepaald probleemgedrag van je kind om te gaan kun je hem of haar steunen door deze aanpak ook toe te passen.

    Vermijd slechte communicatiepatronen

    Probeer slechte communicatiepatronen te vermijden. Bijvoorbeeld je stem verheffen, elkaar steeds onderbreken, cynisch reageren of niet luisteren.

    Neem tijd voor elkaar

    Neem elke dag even de tijd om met elkaar te praten over wat je die dag hebt gedaan. Praat over leuke dingen die je hebt meegemaakt met de kinderen of over problemen die zich hebben voorgedaan. Spreek je waardering uit wanneer je vindt dat de ander iets goed heeft aangepakt.

    Voorkom onvrede over je relatie

    Het kan voorkomen dat je onvrede voelt over je relatie zonder dat je partner dat weet. Probeer dan met je partner te praten over je gevoelens. Doe je dat niet, dan bestaat de kans dat deze spanning de relatie met zowel je partner als je kinderen beďnvloedt. Het kan moeilijk zijn om hierover te praten. Het beste is een moment te zoeken waarop je niet door de kinderen kan worden gestoord. Vraag professioneel advies wanneer het niet lukt om samen het probleem op te lossen.

  12. Wanneer zijn we er nou?

    Een autorit kan een prettig begin van een dagje uit of de vakantie zijn, maar daar komt snel een einde aan als de kinderen gaan zeuren of ruziemaken met elkaar op de achterbank. Jonge kinderen vinden autoritten vaak saai. Als ze dan ook nog om de paar minuten vragen: "Wanneer zijn we er nou?" vraag je je als ouder wel eens af waar je aan bent begonnen...

    Vervelend en lastig gedrag in de auto geeft niet alleen een hoop stress, maar kan ook gevaarlijk zijn. Zeker wanneer je – als bestuurder – ruzies moet helpen oplossen. Er zijn een aantal dingen die je van tevoren kunt doen om problemen te voorkomen:

    • Bereid je kind tijdig voor door hem of haar precies te vertellen wat er gaat gebeuren. Vertel dat het voor ieders veiligheid belangrijk is dat de bestuurder zich kan concentreren en niet wordt gestoord. Vertel ook hoe lang de rit zal duren en waar jullie naartoe gaan.
    • Bepaal twee of drie regels voor goed gedrag in de auto. Bijvoorbeeld: gordel om; rustig praten; handen en voeten bij je houden. Vraag je kind de regels te herhalen. Help zonodig en prijs je kind als die de regels goed kent. Herinner hem vlak voor vertrek nogmaals aan de regels.
    • Bedenk van tevoren activiteiten voor onderweg die je kind boeien en kunnen bezighouden.

    Tips voor tijdens de autorit:

    • Zorg voor een gezellige sfeer. Praat met je kind tijdens de rit, stel vragen en wijs hem op interessante dingen. Introduceer regelmatig nieuw speelgoed of nieuwe activiteiten.
    • Tel dingen die je onderweg ziet, bijvoorbeeld alle rode auto's en doe spelletjes als "Ik zie ik zie wat jij niet ziet". Wissel af met boekjes en zet af en toe cd's met verhaaltjes of liedjes op. Zing gezellig met z'n allen mee.
    • Las regelmatig pauzes in en laat kinderen dan lekker rennen en ravotten. Maak regelmatig complimenten en geef iets lekkers als de kinderen zich goed gedragen in de auto. Help ze weer op weg met een activiteit als ze ergens op zijn uitgekeken.

    Hoe je je in de auto moet gedragen is voor jonge kinderen een (nieuwe) vaardigheid die ze moeten leren, net als jezelf aankleden. Oefen eerst met kleine autoritten. Denk eraan om goed gedrag regelmatig te prijzen, zeker in het begin.

    Bij oudere kinderen die de regels kennen, kun je van tevoren aankondigen dat je stopt met rijden als ze zich niet goed gedragen. Wacht tot de rust is hersteld en rijd dan pas weer verder. Soms is het niet mogelijk om storend gedrag direct te corrigeren. Bijvoorbeeld omdat het te gevaarlijk is. Als kinderen dan schreeuwen of luidruchtig zijn, kun je dat het beste negeren.

    Extra tip:

    Probeer bij lange autoritten zo veel mogelijk een normaal dagschema aan te houden. Want hoe goed een kind ook zijn best doet, als slaap- en etenstijden verstoord raken wordt het lastig om een goed humeur te houden.

  13. Aansprekende discipline

    Veel ouders zijn vandaag de dag onzeker over het corrigeren van kinderen: hoe pak je dit het beste aan en heeft het wel zin? Hard aanpakken, bijvoorbeeld door het geven van een tik, leert een kind dat agressie mag (de ouder doet het tenslotte ook). Daarbij bestaat ook het risico dat je als ouder in je boosheid over de schreef gaat.

    Andere opties?

    Te zacht aanpakken, bijvoorbeeld door het geven van een uitgebreide uitleg waarom iets niet mag, werkt vaak ook niet. Wat moet je nu doen als je alles al hebt geprobeerd – van rustig praten en uitleggen tot boos schreeuwen en een tik – en niets helpt?

    Aansprekende discipline

    U kunt als ouder ´aansprekende discipline´ gebruiken. Dit betekent dat je je een kind erop aanspreekt als hij of zij de regels overtreedt. En dat het consequenties heeft als het kind zich niet aan de afspraken houdt. Bijvoorbeeld door de methode ´stilzitten´ of ´time-out´ te gebruiken. Tijdens het stilzitten of de time out wordt het kind even buiten de situatie geplaatst (bijvoorbeeld op de trap of op de gang) zodat het kind zijn emoties en gedrag weer onder controle kan krijgen. Met aansprekende discipline leert een kind dus dat je soms iets moet doen wat je niet leuk vindt (bijvoorbeeld de tv uitzetten omdat je moeder wil dat je aan tafel komt) en dat het consequenties heeft als je je niet aan de regels houdt, niet wil meewerken of niet stopt met vervelend of agressief gedrag. Ook leert een kind hoe je weer rustig kunt worden als je heel boos of teleurgesteld bent.

    Zelfbeheersing

    Aansprekende discipline draagt bij aan de ontwikkeling van zelfbeheersing. Zelfbeheersing geeft zowel volwassenen als kinderen bijvoorbeeld de mogelijkheid om dingen vol te houden waar ze niet direct voor worden beloond. Daarom is het belangrijk dat kinderen leren regels en grenzen te accepteren en met teleurstellingen leren omgaan.

    Eerlijk en realistisch

    Bij het gebruiken van aansprekende discipline is het van belang dat de regels die je afspreekt eerlijk en realistisch zijn (kinderen zijn in staat om ze op te volgen). En dat je regels – als kinderen ouder worden – in overleg vaststelt. Zo kun je bijvoorbeeld niet onderhandelen over de "bedtijd" met een kind van drie maar wel met een elfjarige. Verder is het belangrijk om een duidelijke instructie te geven, bijvoorbeeld: "Jeroen het is etenstijd, kom nu aan tafel alsjeblieft". En als je wil dat je kind ergens mee ophoudt, vergeet dan niet te zeggen wat hij wél moet doen: "Stephanie, hou op met rennen, rustig lopen in huis". Als je kind niet luistert volgt er een consequentie, luistert je kind wel dan is het belangrijk dat je hiervoor een complimentje geeft.

    Goed gedrag opmerken

    Aansprekende discipline werkt alleen als ouders tegelijkertijd een warme en liefdevolle band met hun kind opbouwen door hem/haar voldoende tijd, aandacht en genegenheid te geven. Bijvoorbeeld veel met hun kind praten, belangstelling tonen voor dingen op school en gaan kijken als hun kind moet voetballen. Een valkuil kan zijn dat ouders zich op een gegeven moment te veel richten op het ongewenste gedrag en goed gedrag niet (meer) opmerken en prijzen. Op deze manier leren kinderen dat negatief gedrag ook een manier is om (negatieve) aandacht te krijgen. Door juist veel aandacht te geven op momenten dat kinderen zich goed gedragen, stimuleer je dat ze zich vaker goed gedragen.

  14. Ik ben OK

    Met een zelfbeeld word je niet geboren. Als een kind opgroeit ontwikkelt hij geleidelijk een mening over zichzelf als persoon en over wat hij wél en niet goed kan. Deze mening over zichzelf wordt het zelfbeeld genoemd.

    Belangrijke taak

    Ouders, leerkrachten en leiding hebben de belangrijke taak om een positief zelfbeeld van de aan hen toevertrouwde kinderen te bevorderen. Hierdoor krijgen kinderen het gevoel: ik mag er zijn, ik ben de moeite waard, ik ben ok!

    Hoe kun je een positief zelfbeeld stimuleren?

    Kinderen lijken soms ongehoorzaam, omdat niemand ze rustig uitgelegd heeft wat er precies van ze wordt verwacht.

    • Geef complimenten voor wat je kind goed doet.
      Kinderen die veel complimenten krijgen en aangemoedigd worden, krijgen een goed gevoel over zichzelf. Benadruk de dingen die je kind goed doet, in plaats van kritiek te leveren op de zwakke punten. Als de minpunten toch aandacht verdienen, zeg dan eerst wat wél goed was. Bijvoorbeeld: "Joris wat fijn dat je zelf je boterham hebt klaargemaakt. Als je nu ook nog de rommel opruimt ben ik helemaal blij."
    • Prijs je kind voor zijn inspanningen en inzet.
      Richt je vooral op de inspanningen van het kind en niet alleen op het eindresultaat. Ook al had je kind uiteindelijk een onvoldoende of verloor hij de wedstrijd, als hij goed zijn best heeft gedaan kun je hem toch een compliment geven. Als het kind alleen bij een goed eindresultaat een compliment krijgt kan hij het gevoel krijgen dat jezelf zijn en je best doen niet goed genoeg is. Als je ook complimenten geeft voor de inzet en vooruitgang blijft je kind gemotiveerd, ook al is het moeilijk. Het kost nu eenmaal tijd om een goed resultaat te behalen.
    • Stel niet te hoge eisen.
      Elk kind leert in stappen. Maar als de stappen te groot zijn, kan je kind het gevoel krijgen dat hij helemaal niets meer kan.

    En bedenk, complimentjes zijn toverstafjes in de opvoeding!

  15. Sportief zijn

    Moedig uw kind al vroeg aan om sportieve vaardigheden te ontwikkelen. Met peuters en kleuters kun je spelletjes doen waarbij ze spieren en coördinatie ontwikkelen, bijvoorbeeld met een bal rollen, vangen, huppelen en balanceren. Wanneer een kind ouder is kan hij lid worden van een sportvereniging.

    Het is goed als ouders hun kind stimuleren om aan sport te doen, want sporten heeft een aantal belangrijke voordelen:

    • Sporten is gezond
    • Sporten is een prima manier om je te ontspannen na een drukke schooldag
    • Als kinderen sporten zijn ze lekker bezig en hoeven ze zich niet te vervelen
    • Van sporten leert een kind sociale vaardigheden zoals samen spelen, verantwoordelijkheid dragen en competitie aangaan.
    • Op een sportclub kan het kind nieuwe vrienden krijgen

    Houd het leuk

    Het is belangrijk dat ouders hun kinderen leren op een leuke manier met sport bezig te zijn. Wanneer ouders te veel nadruk leggen op winnen en het kind steeds te horen krijgt wat hij verkeerd heeft gedaan tijdens de wedstrijd, kan het kind onzeker worden of andere problemen krijgen. Ook kan dit ertoe leiden dat kinderen zich onsportief gaan gedragen. Ze schelden op hun tegenstander en teamgenoten, lachen de verliezende tegenpartij uit of willen een wedstrijd niet spelen wanneer zij denken niet te kunnen winnen.

    Begeleiding

    Ouders kunnen hun belangstelling tonen door mee te gaan naar trainingen en wedstrijden. Je kan ook je kind aanmoedigen en complimenten geven voor sportief gedrag. Wanneer je kind zich niet sportief gedraagt tijdens de wedstrijd kun je na de wedstrijd vertellen wat hij verkeerd gedaan heeft. Bijvoorbeeld: "Mark, je racket in het net gooien is niet sportief!" Vertel hem vervolgens wat hij in plaats daarvan kan doen: "Wanneer je boos bent tijdens de wedstrijd, haal je diep adem en tel je tot tien."

    Opvoedtip

    Door te vertellen wat je kind goed deed tijdens het sporten, kun je hem stimuleren en motiveren om beter te worden in zijn sport. Geef een compliment na de wedstrijd of training door de prestaties te vergelijken met eerdere pogingen. Laat het aan de coach over om te vertellen wat er minder goed ging.

  16. Op tijd de deur uit

    In veel gezinnen is het op doordeweekse dagen ´s ochtends "ochtendspitsuur": opstaan, wassen, aankleden, eten en op tijd de deur uit. Terwijl iedereen juist dán moet meewerken, zijn er kinderen die treuzelen, alles langzaamaan doen, vergeetachtig zijn of veel aandacht vragen.

    Tips voor de ochtendspits

    • Begin met de organisatie van de dingen die je zelf moet doen.
      Werk aan een routine. Sta op tijd op en zorg dat je eerder klaar bent dan de kinderen. Om haastwerk te voorkomen is het handig om de avond tevoren alvast dingen klaar te leggen, zoals kleren en schoolspullen. De tijd die je spaart kun je gebruiken om in een goede sfeer de kinderen op weg te helpen.
    • Betrek kinderen bij de organisatie.
      Leer kinderen "te organiseren". Kinderen die zichzelf al kunnen aankleden hebben niet alleen de kans deze vaardigheid te oefenen, maar kunnen mama of papa ook een handje helpen door bijvoorbeeld alvast een boterham te smeren.
    • "Versla de klok".
      Voor kinderen die extra stimulans nodig hebben om te leren op tijd klaar te zijn kun je het spel "versla de klok" gebruiken. Met de kookwekker in de hand moedig je je kind aan om voor het alarm afgaat, dus binnen een bepaalde tijd, klaar te zijn met een activiteit (bijvoorbeeld aankleden). Bij "versla de klok" gelden een aantal spelregels:
      • Vertel je kind precies welke taken er gedaan moeten worden.
      • Neem voldoende tijd, jaag je kind niet op.
      • Geef je instructies niet meer dan twee keer.

    Als je kind wint verdient hij een beloning voor zijn inzet, bijvoorbeeld iets lekkers te drinken voor bij de lunch. Vaak duurt het even voordat je kind de klok verslaat. Bouw de beloningen langzaam af als het goed gaat. Bijvoorbeeld door pas na twee keer winnen iets lekkers bij de lunch te geven enzovoort. Prijs je kind altijd voor zijn/haar pogingen om sneller klaar te zijn voor school!

  17. Stop het pesten

    Als je zoon of dochter slachtoffer is van pesten staat hij of zij daarin niet alleen. Eén op de vijf kinderen maakt regelmatig dit soort dingen mee. Maar het feit dat pesten onder kinderen veel voorkomt wil niet zeggen dat het acceptabel is. Integendeel, pesten moet stoppen!

    Ernstige gevolgen

    Er zijn verschillende vormen van pesten zoals uitgescholden of buitengesloten worden of klasgenoten die je expres laten struikelen, je stiekem opwachten na school, je spullen verstoppen of je afpersen om geld te geven. Een redelijk nieuwe vorm van pesten die veel voorkomt is cyberpesten via internet. Maar op welke wijze ook gepest wordt, kinderen die regelmatig gepest worden, kunnen angstig, onzeker en verlegen worden. Ze kunnen ook lichamelijke klachten ontwikkelen zoals buikpijn, hoofdpijn en nachtmerries. En ze gaan met steeds meer tegenzin naar school. Pesten kan op langere termijn ernstige gevolgen hebben en leiden tot verlies van zelfvertrouwen en zelfrespect bij kinderen en zelfs depressie.

    Verzwijgen

    Veel kinderen vertellen thuis niet dat ze gepest worden. Ze willen hun ouders niet teleurstellen - je bent immers niet populair - maar ze verzwijgen het ook uit angst dat het pesten dan erger wordt. Want stel je voor dat je vader of moeder zich ermee gaat bemoeien en de pestkop ter verantwoording roept!

    Oplossen is ingewikkeld

    Elke ouder wil zijn kind beschermen tegen zulke ervaringen en algemeen geldt dat de school voor alle kinderen een veilige plek moet zijn. Maar pesten is een ingewikkeld probleem dat soms moeilijk uit te bannen lijkt. Er zijn slachtoffers, daders, de groep, leerkrachten en ouders bij betrokken. Al die mensen moeten meehelpen aan de oplossing ervan.

      Wat kun je als ouder doen als je kind wordt gepest?
    • Vraag je kind precies te vertellen wat er is gebeurd.
    • Neem je kind serieus, vertel dat pesten veel voorkomt maar dat het niet normaal is.
    • Zeg dat jullie samen met anderen gaan proberen het pesten te stoppen. Benadruk dat je niets doet zonder dat je kind dat weet.
    • Neem contact op met de leerkracht van school. Die is er minder emotioneel bij betrokken en kan er speciaal op letten, zo nodig ingrijpen en pesten in de klas aan de orde stellen. Veel scholen hebben ook een pestprotocol, de leerkracht kan je hier meer over vertellen.
    • Bespreek en oefen met je kind wat hij kan doen in verschillende situaties. Op school kun je informeren naar de mogelijkheid van een sociale vaardigheidstraining die je kind kan helpen om weerbaarder te worden.
    • Stimuleer het zelfvertrouwen van je kind, zoek samen naar activiteiten waar je kind goed in is, zoals sport, muziek of andere hobby´s. Prijs je zoon of dochter veelvuldig voor dingen die hij of zij goed doet.

    Pestkoppen en meelopers

    Als je kind geen slachtoffer is maar de pestkop of een meeloper, is het net zo belangrijk om pestincidenten te bespreken zodra je ervan hoort. Ook dan kan het verstandig zijn om met de school van je kind te bepalen wat de beste strategie is om het probleem uit de wereld te helpen. Want ook kinderen die pesten missen belangrijke vaardigheden voor de sociale omgang met leeftijdgenoten.

  18. Gezellig boodschappen doen

    Boodschappen doen met kinderen is soms een hele opgave, vooral wanneer kinderen zich gaan vervelen. Voor kinderen is boodschappen doen ook niet gemakkelijk; het duurt soms lang en het is saai.

    Rekening houden

    Ook zijn in winkels vaak aantrekkelijke dingen op ooghoogte van kinderen geplaatst. Kinderen kunnen gaan zeuren en voortdurend vragen of ze iets mogen hebben, dingen aanraken zonder toestemming, rennen in de gangpaden en weglopen. Wanneer echter rekening wordt gehouden met kinderen en het winkelen niet te lang duurt, lukt het best om kinderen zich goed te laten gedragen.

    Tips

    Een aantal tips om boodschappen doen gezelliger te maken:

    • Vertel thuis aan je kind waar jullie heengaan, wat je gaat kopen en hoelang het winkelen gaat duren.
    • Bedenk een paar geschikte regels en bespreek die met je kind. Bijvoorbeeld: "blijf dicht bij mama of papa", "rustig lopen in de winkel", of: "eerst vragen voordat je ergens aankomt".
    • Betrek je kind bij de voorbereiding, bijvoorbeeld door samen voor hem of haar een apart boodschappenlijstje te maken.
    • Betrek je kind bij wat je doet zodra je de winkel binnenkomt. Laat je kind bijvoorbeeld een (eigen) boodschappenwagentje rijden en zoeken naar boodschappen of geef hem een andere taak. Je kind geďnteresseerd en actief houden terwijl je winkelt voorkomt dat hij zich vervelend gaat gedragen.
    • Moedig positief gedrag van je kind aan: "Wat fijn dat je zo goed bij papa blijft lopen".

    Beloningssysteem

    Als het boodschappen doen moeilijk blijft, kan het helpen om een beloningssysteem te gebruiken. Je kunt dan met je kind afspreken voor welk positief gedrag hij een stempel of sticker krijgt, en welke beloning dit aan het eind oplevert. Bijvoorbeeld een lekker toetje uitkiezen, of een bezoekje aan de speeltuin op weg naar huis. Herinner je kind voordat je de winkel ingaat aan wat hij kan verdienen als hij zich aan de regels houdt.

  19. Valkuilen voor opvoeders

    Erger je je dikwijls aan het gedrag van je kind? Lig je vaak met je kind overhoop of schaam je je voor hoe hij zich in het openbaar gedraagt? Is boos worden en schreeuwen de enige manier om je kind te laten meewerken? Geef je toe aan gezeur om erger te voorkomen? Heb je steeds vaker onenigheid met je partner over de manier waarop het gedrag van jullie kind moet worden aangepakt?

    Als het antwoord op bovenstaande vragen "ja" is, dan ben je waarschijnlijk in een "opvoedingsvalkuil" terechtgekomen. Dat is een bepaalde manier van reageren op het gedrag van je kind die niet helpt om het probleem op te lossen. Hoe jij en je partner op elkaar reageren, kan ook zo’n valkuil zijn evenals je eigen manier van denken over situaties. Het zijn patronen die de opvoeding van kinderen, toch al een hele opgave, moeilijker kunnen maken. Die valkuilen komen bij alle gezinnen wel eens voor. Maar als het een hardnekkig patroon is geworden en de dagelijkse stress in het gezin toeneemt, kan dat een nadelige invloed hebben op de ontwikkeling van een kind. Als negatieve interacties overheersen wordt de sfeer in huis er niet gezelliger op en kan een kind gedragsproblemen ontwikkelen. Wat zijn de meest bekende valkuilen?

    De escalatievalkuil

    Soms kun je als ouder in een machtsstrijd of negatieve spiraal terechtkomen waarin je een kind steeds meer afwijst. Bijvoorbeeld door steeds harder te schreeuwen: "Laat nou eindelijk je broertje eens met rust", of door te dreigen: "Als je dat nog een keer doet, dan zwaait er wat!" Dit soort verhitte reacties kan ertoe leiden dat een kind zich afgewezen voelt en opstandig wordt. Het kind verzet zich steeds meer en je wordt almaar bozer. Als dit soort escalaties veel voorkomt, wordt het tijd om het roer om te gooien.

    Negeren van goed gedrag

    Deze valkuil komt dikwijls voor in combinatie met de vorige. Ouders die geďrriteerd raken door het gedrag van hun kind, zien de momenten dat hun kind iets aardigs doet of lekker speelt, dikwijls over het hoofd. Goed gedrag wordt dan als iets vanzelfsprekends beschouwd waaraan je geen aandacht hoeft te geven. Helaas neemt gedrag dat niet gezien of gestimuleerd wordt, geleidelijk af. En ongewenst gedrag komt er meer en meer voor in de plaats omdat dat dat wél aandacht oplevert.

    De ideale ouder

    Wie in de opvoeding alles perfect wil doen, heeft het niet gemakkelijk. Opvoeden is iets wat je leert met vallen en opstaan en fouten maken hoort daarbij. Wie krampachtig vasthoudt aan een bepaald ideaalbeeld krijgt te maken met teleurstellingen, schuldgevoel en het gevoel steeds tekort te schieten.

    De opofferende ouder

    Sommige ouders steken al hun energie in de opvoeding van hun kinderen en maken hun eigen behoeften daaraan ondergeschikt. Ook de partnerrelatie wordt er soms aan opgeofferd met het risico dat de partner zich ontevreden en verwaarloosd voelt. Ieder mens heeft behoefte aan intimiteit, samenzijn met anderen, plezier en ook tijd voor ontspanning zonder kinderen. De kwaliteit van het ouderschap heeft alles te maken met het in balans zijn van het leven van beide partners, ook met elkaar.

    Minder stress, meer plezier

    De cursus Positief Opvoeden, Triple P kan ouders helpen om deze valkuilen te vermijden. Ouders leren strategieën die kunnen helpen om problemen te voorkomen en het gedrag van hun kinderen op een positieve manier te beďnvloeden. Belangrijk is ook dat ouders tips krijgen om lastige opvoedingssituaties te hanteren, zodat bijvoorbeeld schreeuwen om iets gedaan te krijgen niet meer nodig is. De gestructureerde en positieve benadering zorgt er ook voor dat partners beter gaan samenwerken en ouders zich minder zwaar belast voelen. Kortom, het plezier in opvoeden keert weer terug.

  20. Tien tips voor reizen met de auto

    Ben jij ook druk bezig met de voorbereidingen van de vakantie met je gezin? Hieronder staan een aantal beproefde tips die de reis voor het hele gezin prettiger kunnen maken.

    1. Het belangrijkste is goed te plannen. Praat vooraf met je kinderen over de reis, hoelang die gaat duren en waar je naar toegaat.
    2. Maak je kinderen "medeverantwoordelijk": leg hun uit dat ze zich in de auto rustig moeten gedragen in verband met de veiligheid. Als een ouder wordt afgeleid door gezeur, plagen, ruzie of geklaag kan er een ongeluk gebeuren.
    3. Spreek twee of drie eenvoudige regels af, zoals "rustig praten" en "handen en voeten bij je houden". Vraag je kind de regels te herhalen zodat iedereen weet wat er verwacht wordt.
    4. Zorg voor een leuke activiteit voor je kinderen voordat je wegrijdt. Praat onder het rijden met je kinderen en stel ze vragen. Wijs onderweg op dingen die interessant zijn en bied regelmatig nieuw speelgoed of nieuwe activiteiten aan om ze geďnteresseerd te houden. Laat cd’s horen met kinderliedjes of verhaaltjes en denk aan oude favoriete spelletjes zoals "ik zie, ik zie wat jij niet ziet".
    5. Geef de kinderen een complimentje of wat te eten/snoepen als ze zich goed gedragen en geef ze iets nieuws te doen als je merkt dat ze zich beginnen te vervelen.
    6. Als de reis wat langer duurt zorg er dan voor dat je regelmatig rustpauzes inlast zodat de kinderen even kunnen rennen.
    7. Jonge kinderen moet geleerd worden hoe ze zich in de auto moeten gedragen, net zoals zij moeten leren hoe zij zichzelf moeten aankleden. Een goede manier om kinderen aan de auto te laten wennen is om met hen ritjes van vijf minuten in rustige straten te maken op een moment dat je geen haast hebt. Vergeet niet om goed gedrag vaak te prijzen, vooral in een vroeg stadium.
    8. Wees bij oudere kinderen bereid de auto stop te zetten als zij zich niet goed gedragen, wacht tot de rust is weergekeerd en vervolg dan je reis.
    9. Soms is het niet mogelijk om onmiddellijk in te grijpen bij probleemgedrag door de omstandigheden waarin je moet rijden. Als je kind dan huilt of luidruchtig is maar wel veilig in zijn of haar stoeltje of gordel vastzit, kun je het beste het gedrag negeren.
    10. Probeer te vermijden dat je onderweg bent als jonge kinderen moeten eten of slapen, omdat de kans dan groter is dat zij vervelend worden.